Een bijzondere gebeurtenis
In een vorig nummer van Verwachting – om precies te zijn in nummer 44 dat een jaar geleden verscheen - schreef ik een artikel over Emil Bock.(*1) Hij was een Duitse theoloog, die in 1895 in Barmen (Ruhrgebied) geboren werd en in 1959 overleed. Ik noemde hem in dat artikel een heel bijzonder mens en een bijzondere schrijver: warm, inspirerend en wijs - een man, wiens werk mij nog altijd diep raakt en van wie ik veel geleerd heb. Wat mij heel in het bijzonder in zijn werk raakt, is het feit dat hij enerzijds een helder en scherp denker is, maar dat daarnaast al zijn woorden worden gekleurd door een sterke beleving. Zelden ontmoette ik iemand (en al helemaal geen theoloog) bij wie voelen en denken zo sterk op elkaar inwerken dat ze tot een doorleefd en doorvoeld denken worden, iets wat in onze tijd met zijn sterk rationele inslag bijna een unicum is. Daarbij is hij degene die de verborgen, esoterische dimensie van de bijbelteksten op een ontroerende manier blootlegt en toegankelijk maakt. Wie wil leren om op een heel nieuwe manier met de bijbel om te gaan, vindt in Emil Bock de beste gids die je je maar wensen kunt!
Dit keer mag ik de Nederlandse vertaling van een bijzonder boek van Emil Bock aankondigen: Paulus. Het boek zal op 18 september door uitgeverij Kamerling gepresenteerd worden in de Walburgkerk in Zutphen. (Zie voor meer details de agenda op de laatste pagina’s van dit blad). Voor dit boek van Paulus schreef ik een voorwoord, en op die avond in Zutphen mag ik een lezing over Paulus geven die als titel: ‘Paulus, de ingewijde, een mens voor deze tijd?’ meekreeg. Even de gegevens op een rijtje:
Hoe Paulus misverstaan werd
Vanwege deze bijzondere gebeurtenis en ook omdat de figuur van Paulus mij de laatste tijd steeds meer bezig begint te houden, wil ik in dit nummer alvast een tipje van de sluier oplichten en iets over hem vertellen. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan het feit dat een groot aantal brieven van zijn hand in het Nieuwe Testament werden opgenomen. Ook werd hij bekend, omdat hij vele zendingsreizen maakte die de groei en het ontstaan van het Christendom, en later van de kerk, mogelijk gemaakt hebben: zonder Paulus zou er tegenwoordig waarschijnlijk geen Christendom en geen kerk bestaan. De apostel der volkeren wordt hij dan ook wel genoemd. Waar Rooms-Katholieken vooral op Petrus gericht zijn, zijn protestanten vooral op Paulus gericht. Daarom hebben met name mensen van protestantse huize allerlei verhalen óver, en beelden ván Paulus (maar dan helaas meestal wél negatieve beelden) meegekregen.
Hoe langer ik de laatste jaren over Paulus nadenk, hoe meer ik besef dat die oude, negatieve beelden die ik, net als zovele van mijn generatie, over hem hebben meegekregen, totaal niet kloppen. Ik ben natuurlijk niet de enige die deze ontdekking doet of gedaan heeft. Zo stond er onlangs een artikel in het dagblad Trouw, waarin de schrijver, Willem van Hoorn, stelt dat Paulus in het verleden wel erg veel etiketten opgeplakt heeft gekregen die bepaald niet kloppen. Zo wordt hij wel de eerste theoloog genoemd - maar het ging hem helemaal niet om theologie: die bestond in zijn tijd niet eens. Nee, Paulus wilde ‘alleen maar’ enthousiast vertellen over wat hij helderziend had mogen waarnemen en over wat hem bij/dankzij die ervaringen aan inzicht geschonken werd. Ook wordt hij wel (ten onrechte) een vrouwenhater genoemd, terwijl hij nota bene de stelling verdedigde dat vrouwen een ambt mochten bekleden en apostel kunnen zijn! Iets dat voor die tijd en voor een man van zijn komaf (een Farizeeër) wel zeer vooruitstrevend genoemd mag worden. Daarnaast werd Paulus vaak een fanaticus genoemd, en niet alleen dat, maar ook een zedenprediker, of een drammer die van geen ophouden wist, of degene die van het Christendom een samenhangend bouwsel van dogma’s en leerregels heeft gemaakt….
Maar een fanaticus was hij bijvoorbeeld helemaal niet: hij vond dat ieder mens heel persoonlijk de eigen beslissingen moest nemen, luisterend naar het eigen geweten. En nogmaals: dogma’s en leerregels kende hij niet. Dat mensen later allerlei dogma’s en leerregels in zijn werk meenden te kunnen terugvinden, is alleen maar een gevolg van het feit dat de latere theologen en kerkvaders niet meer wisten dat Paulus in wezen een ziener was, iemand die regelmatig uit zijn eigen lichaam trad om de geestelijke wereld binnen te gaan. Daar ontmoette hij de engelen en verkeerde hij met hen. Zo kreeg hij zicht op de wereld van de engelen en mocht hij schouwend waarnemen hoe fijnzinnig die wereld wel geordend was. Met name ontving hij inzicht in het kosmische geheim van Jezus die de Christus werd - en schouwend had hij mogen zien dat dit geheim heel de verdere evolutie van de aarde en de mensheid zou bepalen. Dit geheim vervult zijn hart, hij is er vol van en met een grote eerbied draagt hij het voorgoed mee in zijn hart. Daarom komt hij er in al zijn brieven steeds weer op terug.
De moeilijkheid waarmee Paulus daarbij geconfronteerd werd, was het feit dat de mensen in zijn tijd (behalve dan de ingewijden) helemaal niets afwisten van een geestelijke wereld, van de wijze waarop de kosmische Christus door de engelen heen werkt, van karma en reïncarnatie en van het leven na de dood. Dat alles behoorde in die tijd tot de geheime, esoterische inzichten, die nimmer in het openbaar werden besproken. Hoe moest Paulus nu aan mensen die van al deze dingen niets afwisten, toch iets vertellen over al die grootse dingen die hij had mogen waarnemen? Hoe moest hij hen bijvoorbeeld over het geheim van de mens Jezus die de Christus werd, vertellen? Dat kon alleen maar door een uiterste vereenvoudiging, door datgene, wat hij wilde doorgeven, zó te versimpelen dat ook eenvoudige mensen het zouden kunnen begrijpen. Daardoor liep hij echter het risico misverstaan te worden. En precies dat laatste is gebeurd: omdat nogal wat kerkvaders en theologen in latere tijd niet meer wisten, vanuit welke inspiraties Paulus sprak en schreef, en ze hem zagen als een der hunnen - als een theoloog dus, werd hij ten onrechte gezien als de man die de grondlegger van de kerkleer en van de dogmatiek was…
Opgegroeid in Tarsus, gestorven in Rome
Paulus was een grotestadsjongen die opgroeide in Tarsus, destijds een grote havenstad, waar talloze schepen de haven in- en uitvoeren. Het was een kosmopolitische stad waar Joden, Grieken, Romeinen en vele andere nationaliteiten vredig samenleefden. De stad lag aan de zuidkust van het huidige Turkije. Paulus krijgt er een drietalige opvoeding: Grieks is zijn voertaal, Hebreeuws zijn moedertaal, en ook het Latijn leert hij spelenderwijs in de straten van de stad beheersen. Tarsus bezat vele beroemde scholen en Paulus kwam daardoor als vanzelf in aanraking met de Griekse wijsheid en filosofie die op die scholen onderwezen werden.
Zijn jeugdjaren in Tarsus stempelden hem: in de loop van zijn vele zendingsreizen heeft hij vele steden bezocht om daar te vertellen over wat hem dreef en bezielde, en in al die steden, tot Rome aan toe, voelde hij zich thuis. Het is dan ook niet toevallig dat zijn wieg niet in Israël stond, maar in een grote stad, waarin hij leerde omgaan met mensen van allerlei verschillende herkomst.
Hij moet een uitstekende gezondheid hebben gehad en fysiek behoorlijk sterk geweest zijn, want hij heeft werkelijk duizenden en duizenden kilometers te voet afgelegd. Daarbij voerden zijn reizen hem over hoge bergpassen en over smalle kiezelsteenpaden waarbij de kiezelstenen vaak prikten in zijn voetzolen en die soms kerfden. Honger en dorst zijn onderweg zijn deel en hij leert water als een kostbaarheid te beschouwen. ’s Nachts doorstaat hij regelmatig de ijzige kou in het gebergte, overdag wordt hij door hitte geplaagd. Stofwolken en woestenij worden zijn dagelijkse metgezel. Maar gedreven door wat hij als zijn opdracht voelt: het brengen van de boodschap over Christus, doorstaat hij dat alles in alle rust en vertrouwen.
Ook doorstaat hij vele aanslagen op zijn leven, evenals allerlei mishandelingen. Zo wordt hij bijvoorbeeld gestenigd bij Lystra en wordt hij in Filippi zwaar mishandeld en voor dood in een kerker gegooid. Ook wordt hij door de Joden, nota bene zijn eigen landgenoten, gegeseld. Uiteindelijk belandt hij op zijn verre reizen zelfs in Rome, waar hij als gevangene naar toe gebracht wordt. Na een aantal jaren ook daar de boodschap te hebben verkondigd, wordt hij er in het jaar 66 of 67 na Christus met het zwaard onthoofd. De plaats waar dat gebeurde, heet sindsdien Trefontane, de drie fonteinen, en wel omdat op de executieplaats drie fonteinen ontsprongen op de plaatsen waar het bloed van Paulus op de aarde spatte…
Drie grote getuigen ondergaan in Rome de marteling:
Het geheim van Damascus: van uittreding naar inwoning…
Er is één gebeurtenis die het leven van Paulus overstraalt, zoals eens de ster van Bethlehem de geboorte van Jezus overstraalde. Het is een gebeurtenis die wel de Damascuservaring van Paulusgenoemd wordt en die het keerpunt in zijn leven vormt: hij wordt door die ervaring van een vervolger van christenen tot een Christusboodschapper. Wat hem overkomt is dit: onderweg naar Damascus om de christenen aldaar gevangen te nemen, omstraalt hem plotseling een groots, verblindend licht en een stem uit de hemel vraagt hem: Saul, waarom vervolg je mij? (Saul was de oude naam van Paulus). Het is Jezus Christus zelf die zich vanuit de geestelijke wereld tot hem wendt en hem verschijnt. Drie dagen lang is Paulus blind, en drie dagen lang eet en drinkt hij niet: het teken van een hogere inwijding. Door deze inwijding wordt hij een schouwende en een wetende: de wereld achter de sluier ligt open voor hem en wordt hij iemand die schouwt tot ver in de geestelijke werelden.
De Damascuservaring van Paulus is dus allereerst een uiterlijke verschijning van Jezus Christus aan Paulus. Het opvallende echter is dat Paulus zelf deze ervaring later ook als een innerlijk gebeuren omschrijft. In de Galatenbrief omschrijft hij deze gebeurtenis als volgt: toen het God behaagde zijn Zoon in mij te openbaren.(*2) En sinds die bijzondere ervaring bij Damascus, vertelt Paulus zelf, leeft Christus in hem.(*3)
Zo wordt hij een mens die allereerst de verschijning van Christus mag beleven, maar die vervolgens mag ervaren hoe die ervaring zo beslissend op hem inwerkt, dat daardoor de innerlijke Christus – in onze tijd ook wel hoger Zelf, de geest of onze boeddhanatuur genoemd – in hem tot leven komt. Het is werkelijk iets heel bijzonders wat Paulus overkomt, want daarmee loopt hij vér vooruit op de komende ontwikkeling van de mensheid. Immers, eerst veel later, en wel in onze tijd, zal de mensheid zich zo ver hebben ontwikkeld dat het ons mogelijk wordt de geboorte van de Christus in ons innerlijk te ervaren. Paulus mocht dit geheim echter al tweeduizend jaar geleden beleven… Daarom noemt hij zichzelf elders ook een ontijdig geborene: wie vooruit loopt op de mensheid en een geheimenis ervaart dat een mens eigenlijk nog niet beleven kán, valt te vergelijken met een te vroeg geboren kindje.(*4)
Zo wordt Paulus een mens voor deze tijd. Hij mag laten zien wat het eigenlijke geheim van onze tijd inhoudt: zo aan jezelf werken dat de geboorte van de innerlijke Christus realiteit wordt. Hij laat ons zien dat ook wij zo aan onszelf kunnen werken dat het ook ons mogelijk wordt te zeggen: niet ik spreek, maar Christus spreekt in mij.
Paulus mag ook nog iets anders duidelijk maken: wie eenmaal de innerlijke Christus in zichzelf mag ervaren, die hoeft niet meer uit te treden om verbonden te worden met de geestelijke wereld. Die hoeft immers vanaf dat moment ‘alleen maar’ de weg naar binnen te gaan om één te worden met de innerlijke Christus en zo in verbinding te komen met de geestelijke wereld. Vroeger moest Paulus uit zijn lichaam treden om iets van de geestelijke wereld te kunnen ervaren. Hij moest zijn fysieke lichaam achterlaten om die andere wereld binnen te kunnen gaan. Dat had hij geleerd van de ingewijde Farizeeërs die in zijn jeugd zijn leermeester waren. Maar toen de Christus in hem tot leven kwam, hoefde hij niet meer uit te treden, maar mocht hij de weg naar binnen gaan om zich daar, vanbinnen, met Christus te verbinden. Als hij dat deed, was het de kracht van de innerlijke Christus die hem schouwend de geestelijke wereld liet waarnemen. Zo heeft Paulus ons het diepste geheim van onze tijd voorgeleefd: niet langer op zoek gaan naar een uittreding of een andere spirituele ervaring, maar zo werken aan jezelf dat de inwoning van Christus mogelijk wordt…
Een warm mens met inzicht in anderen
Als ik denk aan de Paulus van mijn jeugd (zoals niet alleen ik, maar vele anderen hem vroeger hebben leren kennen), denk ik aan een harde, dorre man die altijd in zijn hoofd zat. Een man met oordelen, vaste meningen en onwrikbare overtuigingen. Ik voelde geen sprankje warmte voor hem en had ook geen enkele behoefte hem te ontmoeten, als dat al mogelijk geweest zou zijn.
Maar toen ik de bijbelteksten er nog eens op nasloeg, ontdekte ik dat dit beeld van geen enkele kant klopte en dat er in de bijbel op een heel andere, veel warmere manier over hem gesproken werd. Als de oudsten van Milete horen dat Paulus naar Jeruzalem gaat en waarschijnlijk niet meer naar Klein-Azië zal terugkeren, reizen ze hem achterna en zoeken hem in Milete op. Als ze hem daar aantreffen, vallen ze hem huilend om de hals en blijven hem voortdurend omarmen en kussen.(*5)
Zijn eigen medewerk/st/ers staan bij het afscheid van Paulus te huilen, zo bang zijn ze dat hem iets zal overkomen. Goedmoedig zegt Paulus tenslotte tegen hen: Wat hebben jullie, dat jullie huilen en mijn hart week maken?(*6)
Daarnaast heeft Paulus een groot inzicht in mensen: hij weet zijn medewerk/st/ers perfect en zorgvuldig uit te zoeken. Zijn medewerker en vriend Timotheus werd later bisschop van Efeze, en zijn medewerker en vriend Titus werd later bisschop op Kreta.
Ook heeft Paulus de gave mensen aan te spreken op wat hen interesseert en bezighoudt. Naar zijn eigen woorden wordt hij de Joden een Jood en de Grieken een Griek…
In de bijbelse teksten kun je dan ook terugvinden dat de mensen van hem houden, vol warmte aan hem denken en heel open met hem omgaan, zonder zich voor welke gevoelens dan ook te schamen.
Velen weten dat Paulus de schrijver is van het bijbelse Hooglied van de Liefde dat we in 1 Korinthe 13 vinden. Voor mij is dit Lied een van de hoogtepunten uit de bijbelse teksten. Een paar citaten (maar als jullie deze tekst niet kennen, kan ik jullie aanbevelen deze in alle rust nog eens in zijn geheel na te lezen):
Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak,
maar had de liefde niet,
ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal…
…Had ik de liefde niet, ik ware niets.
De liefde is lankmoedig,
de liefde is goedertieren,
…zij wordt niet verbitterd.
…De liefde vergaat nimmermeer.
Dat Paulus dit Lied geïnspireerd kan schrijven, betekent dat de liefde in hem woont. Want een mens kan alleen maar dat (geïnspireerd) schrijven, wat in hem/haar leeft en in zijn/haar hart geworteld is. Eigenlijk hadden wij vroeger alleen al aan dit Lied kunnen aflezen dat Paulus in wezen een warm en liefdevol mens is!
Als ik zwak ben, ben ik sterk…
Er valt nog zo veel meer en zoveel boeiends over Paulus te vertellen. Bijvoorbeeld dat hij de heraut van de vrijheid is die de moderne mens aanspoort om de vrijheid ook écht te durven aanvaarden, en die ons dus aanspoort om allerlei autoriteiten die van buiten tot ons spreken, los te laten – alleen zo komen we immers in verbinding met ons eigen diepere weten/geweten. In het bovengenoemde voorwoord vertel ik daar meer over.
Ook is Paulus degene die eerst de Christus ervaren heeft, en toen pas het geheim van de mens Jezus kon begrijpen. Tijdens het leven van Jezus (Paulus heeft hem vast en zeker wel vaker ook persoonlijk ontmoet) begreep Paulus niets van hem. Pas na de verschijning van Jezus Christus bij Damascus kon hij, terugkijkend, ook het geheim van de mens Jezus begrijpen… Deze weg, de weg van Christus naar de mens Jezus, wordt meer en meer de weg van de moderne mens… In dit artikel ga ik daar niet verder op in: in het boek van Emil Bock over Paulus wordt dit thema helder en vol eerbied verder uitgewerkt.
Tot slot van dit artikel over Paulus wil ik nog iets anders, iets persoonlijks vertellen.
Voor de eerste preek die ik na mijn theologische studie op een zondagmorgen in een volle kerk mocht houden (dat was in Stadskanaal, ik herinner het me nog als de dag van gisteren), koos ik een tekst van Paulus die mij altijd fascineerde. Ik weet, terugkijkend, dat het niet toevallig is geweest dat ik juist die tekst voor dit bijzondere moment uitkoos.
De tekst staat in 2 Korinthe 12. Daar vertelt Paulus eerst (in de derde persoon) over een bijzondere uittreding die hij meemaakte. Maar, zegt hij, die ervaring maakt mij zeker niet tot een bijzonder mens. Daarmee waarschuwt hij ook de velen uit onze tijd die een bijzondere spirituele ervaring mochten opdoen: pas op, word niet hoogmoedig door die ervaring! En dan vertelt Paulus dat hij een leven lang gekweld wordt door wat hij noemt: een doorn in het vlees.(*7) Een ervaring die hem nederig houdt, naar zijn zeggen.
Al eeuwenlang buigen de theologen zich over de vraag waardoor Paulus nu eigenlijk gekweld werd en wat deze doorn in het vlees nu eigenlijk concreet inhield. Ze kunnen geen antwoord vinden. Emil Bock licht dat echter heel eenvoudig en indrukwekkend toe: ook hierin beeldt Paulus de weg van de moderne mens uit. In deze bijzondere tijd heeft ons lichaam onze ziel sterker dan in voorbije tijden in de sfeer van de materie getrokken en aan zich gebonden. Zo vergeet onze ziel de wereld van haar herkomst. Daardoor zijn velen in onze tijd volkomen vergeten dat er ook nog een geestelijke wereld bestaat. Het is door die ontwikkeling dat de moderne mens een gevoel van leegte en een sterk gevoel van eenzaamheid ervaart. In mijn tijd als Ikon-pastor was dat de klacht die ik het meest hoorde: ik ben zo eenzaam: het gevolg van het feit dat onze ziel in onze tijd meer aan het lichaam/de materie gebonden is, dan verbonden met de geestelijke wereld. Eenzaamheid, een gevoel van leegte en een gevoel van onmacht: dat kan ik niet, zijn de drie kwelgeesten van de moderne mens: een teken van de verloren verbinding met de geestelijke wereld. De doorn in het vlees die Paulus ervaart, bestaat uit deze drie donkere gevoelens die hij alvast als een ontijdig geborene mag beleven. Hij mag enerzijds, ver op de mensen vooruit, de geboorte van de innerlijke Christus ervaren, maar anderzijds ook de donkere tegenhanger van deze gebeurtenis: de leegte, de eenzaamheid en de onmacht. Gevoelens die anderen in zijn tijd nog niet kenden en zeker ook nog niet begrepen: pas de moderne mens van onze tijd zal die gevoelens écht leren kennen. Dat hij deze gevoelens al in zijn tijd moet beleven, maakt Paulus ongelooflijk eenzaam.
Maar, zegt hij, ik heb God gebeden om die donkere gevoelens van mij af te nemen, maar God gaf mij als antwoord: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerste ten volle in zwakheid. Deze laatste woorden gebruikte ik als tekst voor mijn eerste preek. Je kunt bijna kapot gaan aan het donker van het leven, maar juist dan, als alle houvast ons ontvalt, gaan we voelen dat er andere, grotere krachten zijn die ons dragen en vasthouden. Juist in het diepste donker van gemis, eenzaamheid en onmacht, worden we gevoelig voor de troost, de liefde en de hulp die vanuit de geestelijke wereld tot ons komen: de hulp van Christus, die van een engel of die van God. Juist in het diepste donker kunnen we heel intens het eigenlijke geheim van het leven gaan ervaren. Juist dan kunnen we ervaren dat een diepere kracht in ons tot leven komt en ons sterk maakt: de kracht van de innerlijke Christus.
Niet alleen ik, maar ook vele anderen (zo hoorde ik vaak), mochten net als Paulus dit geheim ervaren: dat juist in onze zwakheid een andere, grotere en diepere kracht voelbaar wordt. De kracht openbaart zich eerste ten volle in zwakheid. In deze ervaring vond ik in Paulus een geestelijke broeder in wiens leven ik het geheim van mijn eigen leven herkende…
(*1) Wie dat artikel nog eens nalezen wil, kan het vinden op mijn website op de pagina artikelen:www.hansstolp.nl
(*2) Galaten 1 : 15
(*3) Galaten 2 : 20
(*4) 1 Korinthe 15 : 8
(*5) Handelingen 20 : 37
(*6) Handelingen 21 : 13
(*7) 2 Korinthe 12 : 7

Paulus
ofwel:
gedreven door een brandende liefde…
door Hans Stolp